ROL VAN DE EPSR IN HET EU-KADER VOOR ARCHITECTUUR EN ECONOMISCH BESTUUR

 

  • Invoering van sterke sociale voorwaarden die gekoppeld zijn aan alle vormen van overheidsfinanciering en steun aan het bedrijfsleven (ook in verband met een krachtig industriebeleid van de EU) om kwaliteitsbanen, collectieve onderhandelingen, betere arbeidsomstandigheden en kwaliteitsopleidingen te bevorderen… Dit moet ook worden opgenomen in de financiële regels die het gebruik van EU-fondsen regelen (voor alle fondsen, zowel uit de EU-begroting als die welke buiten de begroting worden gegenereerd).
  • Herziening van de overheidsopdrachten in de EU regels om dat te garanderen publiek geld gaat naar organisaties (en hun onderaannemers) dat respecteer de rechten van werknemers en vakbonden, dat onderhandelen met vakbonden en wier werknemers onder collectieve overeenkomsten vallen.
  • Stel een Protocol voor Sociale Vooruitgang vast, dat in de Verdragen moet worden opgenomen, om te garanderen dat de rechten van werknemers en sociale rechten voorrang krijgen op economische vrijheden in geval van een conflict.
  • Garanderen van een sterkere rol voor de Europese pijler van sociale rechten in de Verdragen en in het institutionele kader van de EU, waarbij de verwezenlijking van de beginselen ervan wordt gekoppeld aan de doelstelling van een “sociale markteconomie, gericht op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang” om de instrumenten voor economisch bestuur opnieuw in evenwicht te brengen en om sterke verzorgingsstaten te garanderen.
  • Een terugkeer naar het mislukte bezuinigingsbeleid verwerpen. Zorgen voor een herziening van de regels voor economisch bestuur, met inbegrip van de beëindiging van het EU-begrotingspact en de hervorming van het stabiliteits- en groeipact om dit in lijn te brengen met de verwezenlijking van de rechten die zijn opgenomen in de Europese pijler van sociale rechten. Het integreren van de EPSR in het economisch bestuur van de EU, voortbouwend op artikel 148 VWEU, om de macro-economische grenzen opnieuw in evenwicht te brengen. Het is van cruciaal belang om de lidstaten de nodige begrotingsruimte te geven om de investeringen voor een eerlijke dubbele transitie te financieren en om te investeren in sociaal beleid ter uitvoering van de EPSR en het behalen van de doelstellingen van Porto tegen 2030. In dit verband is de huidige discussie over de EU Economic Governance Review is cruciaal. Alle lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om te investeren in sociaal beleid en sociale infrastructuur. Het is van cruciaal belang om een ​​nieuwe begrotingscapaciteit voor investeringen in te voeren, een EU-soevereiniteitsfonds voor een rechtvaardige sociaal-economische transitie en gemeenschappelijke goederen, waarbij niemand en geen enkele regio achterblijft.
  • In het kader van de herziening van de regels voor economisch bestuur moeten de Commissie en de Raad er bij het beoordelen van de risicopositie in verband met schulden en tekorten terdege rekening mee houden dat er sprake is van werkgelegenheid, loondynamiek, armoede, sociale uitsluiting en andere relevante sociale problemen. doelstellingen van het economisch bestuur. De sociale dimensie van het economisch bestuur wordt gecompleteerd door verzoeken om het beginsel van eerlijke en progressieve belastingheffing in te voeren en de overheidsuitgaven voor pensioenen te beschermen om te voldoen aan het beginsel van “verouderen in verontwaardiging'.
  • Het werk aan de Kader voor sociale convergentie (SCF) tijdens de huidige EU-periode is een grote stap voorwaarts geweest om het sociale domein beter te verankeren in het Europees semester, om de sociale onevenwichtigheden binnen de EU beter te monitoren en om opwaartse convergentie te bevorderen. Het zet het proces van “socialisering” van het Europees Semester en de begrotingsregels voort, waardoor een juridisch/operatief aspect en meer relevantie wordt gegeven aan de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten. Niettemin moet dit worden verankerd in de economische governance-architectuur van de EU.
  • Zorgen voor een tijdige en effectieve rol van de sociale partners op EU- en nationaal niveau bij mijlpalen van het Europees Semester, voortbouwend op de recente aanbeveling over het versterken van de sociale dialoog.
  • Ervoor zorgen dat het MFK en de uitvoering ervan beter aansluiten bij de sociale doelstellingen van de EU in de post-pandemische en transitiefase waarmee de EU wordt geconfronteerd.
  • Eisen dat alle handelspartners de fundamentele normen van de ILO op het gebied van werk en andere internationaal erkende normen erkennen en respecteren. Dit is niet alleen een kwestie van beleidscoherentie binnen en buiten de EU, maar ook een noodzakelijke bijdrage aan het in stand houden van het multilaterale systeem en het waarborgen van een gelijk speelveld.
  • Ervoor zorgen dat de sociale dialoog, de sociale rechten en het sociale acquis centraal staan ​​in de toetredingsbesprekingen. De kandidaat-lidstaten moeten zorgen voor de volledige eerbiediging van de sociale dialoog, de vakbonden en werknemers- en vakbondsrechten, evenals van het sociale acquis. Het wederopbouwproces in Oekraïne moet gebaseerd zijn op sociale voorwaarden, betrokkenheid van de sociale partners en vakbonden, respect voor de rechten van werknemers en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden.